Homoseksualiteit,  Identiteit,  Zingeving

Een warme deken na Nashville

Afgelopen vrijdagavond las ik voor het eerst over de gepubliceerde Nashville-verklaring in Nederland. In eerste instantie dacht ik: het zoveelste document dat homo’s, transgenders en andere mensen in een kwaad religieus daglicht zet. Ik legde het naast me neer alsof het me niets deed. Niet veel later trok er een waas van duisternis over me heen. Wat sluimerend begon, werd uiteindelijk een deken van donkerheid. Ik zeg je eerlijk dat ik een kloteweekend heb gehad. Hemel en aarde heb ik ervloekt, inclusief de kerk en alles dat daaraan gerelateerd is. Intern heb ik geschreeuwd, heeft woede hoogtij gevierd en heb ik mijn vuisten gebald.

Uit het veld geslagen

Ik was boos, verdrietig, teleurgesteld, wanhopig, maar vooral ook machteloos. Ik voelde me uit het veld geslagen. Opnieuw. Voor de zoveelste keer. Hoewel ik geen kerkganger meer ben, voel ik me wel intens verbonden met deze thematiek. Dat kan ook niet anders. Het is onmogelijk om zoiets weg te stoppen. Voor mezelf kan ik het geheel enigszins relativeren, als dat überhaupt al kan, maar ik denk ook aan de vele jonge mensen die worstelen met hun geaardheid en zichzelf niet durven uiten. Dit document is een klap in hun gezicht en getuigt van weinig pastoraal inzicht en betrokkenheid. Mensen lijken soms nog steeds niet te willen snappen dat het zelfmoordpercentage onder (christelijke) homo’s schrikbarend hoog is. Hoezo wegkijken voor problematiek die dwingt om eigen vastgeroeste zekerheden en overtuigingen te herzien?

Enkele van de Nederlandse initiatiefnemers van de Nashville-verklaring wonen in de Alblasserwaard, de regio waarin ik ben opgegroeid en lange tijd heb gewoond. De lijst met dominees, voorgangers en andere meeondertekenden heb ik stuk voor stuk doorgenomen. Dit had ik wellicht beter niet kunnen doen. Niet alleen oude wonden werden opengereten, soms was ik werkelijk verbaasd door de namen die ik aantrof op het document. Mensen achter wie ik het werkelijk niet had gezocht. Personen die ik vroeger hoog had staan, maar waarin het vertrouwen nu als een kaartenhuis in elkaar stortte.

Waar ik in het afgelopen jaar zoveel mooie gesprekken heb gevoerd met mensen die binnen en buiten de kerk de dialoog aangaan, voelde dit document als tien stappen terug. Het document triggerde trauma’s en oude pijn uit het verleden. Wonden werden opnieuw opengereten en blootgelegd. Net als bij vele andere mensen. Ik heb zoveel pijn gelezen, juist ook tussen de regels door, op social media en diverse platformen. En dat vind ik zeer spijtig en bedroevend.

Tegengeluid

Toch heeft deze Nashville-verklaring iets in gang gezet dat zijn weerga niet kent. Talloze (ex-christelijke) homo’s hebben zich uitgesproken, hun kwetsbaarheid getoond en zijn opgekomen voor zwaarbevochte waarden omtrent geaardheid, seksualiteit en vrijheid. Mij ontbrak het de afgelopen dagen aan moed en energie. Ik had de kracht niet meer om er iets van te vinden of te zeggen. Ik was zo moe van het gehele gedoe. Daarom heb ik meer stukken gelezen dan er zelf iets over gezegd of gedeeld. Zelfs erover lezen was soms al doodvermoeiend.

Ik ben dan ook erkentelijk voor de talloze voorgangers, predikanten, organisaties en politieke partijen en andere mensen die weerstand hebben geboden aan deze verklaring. Onder meer de Protestantse Kerk in Nederland, de CU en de EO ben ik enorm dankbaar. Op verschillende manieren hebben zij elk hun steun betuigd aan (christelijke) homo’s binnen en buiten de kerk. Een warme deken die ik niet eerder zo sterk heb gevoeld. Dat zovelen opkwamen en nog steeds opkomen, voelt als balsem voor de verwonde ziel.

Ondanks alles wat er de afgelopen dagen is voorgevallen, wil ik niet dat er een wig ontstaat tussen voor- en tegenstanders van de Nashville-verklaring. Toch kan het soms niet anders en is het aan mensen zelf dit vorm te geven.

Verbondenheid in veiligheid

Enerzijds vind ik het heel gezond dat je soms afstand neemt van zaken als deze. Dat het in sommige gevallen beter is voor je eigen welzijn om afscheid te nemen van bepaalde mensen. Laatst zag ik een natuurserie waarin leeuwenwelpen enkele jaren opgroeiden bij hun moeder. Op een gegeven moment was het tijd om alleen het pad in te slaan en werden de welpen door moederleeuw het nest uitgegooid. Je ontkomt er als mens niet aan om je ‘oude nest’ te verlaten en zelf je vleugels uit te slaan. Dat gevoel had ik dit weekend ook. Ik was er zo klaar mee. Altijd dat eeuwige gezanik over hoe je wel of niet mag zijn, waaraan je moet voldoen en hoe je je leven moet inrichten. Misschien was dit wel het zetje dat nodig was om mezelf opnieuw los te maken. Daarom heb ik het vertrouwde nest dit weekend verlaten van de hoop om bepaalde zaken te veranderen en heb ik ervoor gekozen om juist dichtbij mezelf te blijven.

Wat ik niet kan veranderen, kan ik niet veranderen. Wat ik wel kan doen, is trouw zijn aan mezelf. Aan de waarden en normen die voor mij belangrijk zijn. Soms helpt juist afstand nemen van de situatie heel goed om later toch weer dichterbij te komen of met elkaar het gesprek aan te gaan.

Anderzijds pleit ik voor een dialoog, ondanks de verschillen. Ik geloof dat zoiets kan. Gun elkaar het licht in de ogen, ondanks dat je niet dezelfde mening deelt. Kijk naar wat samenbindt en niet alleen naar waarin je van elkaar verschilt. Bied veiligheid aan elkaar, want juist elkaar heb je nodig voor het creëren van een betere wereld. In veel kerken worden al geruime tijd open gesprekken gevoerd omtrent homoseksualiteit en geloof. En dat is heel mooi! De minister zei gisteren ook al: “Er is veel gaande om homoseksualiteit en geloof met elkaar te verenigen”. Uit eigen ervaring weet ik dat het kan. Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn, om toch lief te hebben en elkaar als gelijkwaardig te zien.

Een stabiele basis

Mijn moeder was de eerste persoon met wie ik mijn pijn deelde omtrent de Nashville-verklaring. Ze zei: “Mensen zijn soms zo hard en dat doet pijn. Jij hebt hier niet om gevraagd, maar je bent uniek geschapen door God en ik hou van jou zoals je bent.” Dat lijkt mij een mooie basis om een dialoog te starten.

Daarom is het mijn diepste wens dat iedereen zich gezien en geliefd voelt als mens, ongeacht geaardheid, afkomst, geslacht of religie. Laten we met elkaar die warme deken zijn voor een ander. Veiligheid bieden waar dat nodig is, ruimte gunnen om het gesprek aan te gaan en altijd een schuilplaats zijn voor hen die geen thuis meer hebben.