Depressie,  PTSS

De hemel is dichtbij

Laatst keek ik omhoog naar een heldere sterrenhemel. Het was voor oktober een relatieve warme dag geweest en inmiddels was het buiten donker en flink afgekoeld. Terwijl ik het heelal bekeek, werd ik overweldigd door een gevoel dat grootser was dan mijn bestaan. Een allesomvattend iets dat me rustig en stil maakte. Een gevoel dat alles in en om mij heen voor een paar ogenblikken deed zwijgen. Toch was het een moment van eeuwigheidswaarde. Het deed me namelijk verlangen naar de hemel. Een gevoel dat ik van vroeger kende. Ik fantaseerde er vaak over. Hoe het er zou zijn en welke rust het zou kunnen geven.

 


Iedereen die gelovig of religieus is, kent ergens het begrip hemel of hiernamaals wel. Een leven na dit leven. En het is aan mij om te kiezen waar ik die na mijn dood doorbreng. Zo werd me dat geleerd. Hoewel deze religieuze overtuiging vaak gepaard ging met angst, was ik zelf niet bang voor de dood. Soms kon ik er zelfs naar verlangen. De hemel was namelijk een plek waar alles goed en vredig was. Een plaats waar alle problemen er even niet meer waren. Een oase vol liefde, geborgenheid en veiligheid. Zowel bij het overlijden van mijn broertje als dat van oma heb ik die gevoelens heel sterk ervaren. Die gevoelens waren heel intens en voelden levensecht. Ze lieten me zien dat het leven kwetsbaar en broos is en dat juist verbinding zo belangrijk is.

 

Mijn kijk op de hemel is veranderd


Nu het geloof een andere plaats heeft gekregen in mijn bestaan, is ook mijn kijk op de hemel veranderd. Ik geloof niet zozeer in een hemel en hel zoals dat in veel dogmatische kringen wordt geleerd. De hel zie ik vooral als de afwezigheid van liefde. Dat neemt echter niet weg dat ik mezelf nog steeds afvraag of er meer is dan dit, het leven dat ik nu leef. Het lijden wat me in dit leven soms overvalt, zonder dat ik daar zelf om heb gevraagd. Het overkomt me, hoezeer ik mezelf ook bescherm tegen onnodige stressvolle situaties. Waar ik echter wel mee moet dealen, anders blijft er weinig van me over.

 

De hemel als vlucht


Inmiddels ben ik tot de ontdekking gekomen dat mijn verlangen naar de hemel vaak een vlucht is geweest voor dat wat ik zelf niet aankon. Een methode om te vluchten van alles dat ik voor mijn gevoel niet kon winnen. De hemel was daarin een onzichtbare troost, maar toch tastbaar en altijd daar. Alsof het universum aanvoelde wanneer ik het nodig had en niet zonder kon.

 

Toen ik dus laatst de sterrenhemel zag, werd ik me opnieuw bewust dat ik maar een klein mensje ben in het grote geheel. Er is zoveel dat mijn denken, gevoel en menszijn overstijgt. Hoe groots ik me voor anderen ook kan voordoen, in het grote plaatje blijft er niets van over. En juist dat maakt me op de een of andere manier weemoedig. Een brug die ik sla tussen vroeger en nu. Een verlangen naar iets dat voorbij is en niet meer terugkomt. Of in mijn geval een andere invulling krijgt.

 

Het land van de Elfen


Maar er is ook iets dat blijft: dat ik verlang naar huis. Daarmee bedoel ik een thuis waar rust en vrede is. Een plek waar ik me kan neerleggen in de wetenschap dat ik niet word aangevallen of overvallen door situaties of mensen die mij pijn doen of me verdrietig maken. Waar het lijden niet meer is, maar waar ik gewoon kan zijn. Dat doet me altijd een beetje denken aan het laatste deel van de Lord of the Rings. Hoe groen en vredig de Gouw ook was, sommige mentale wonden zullen na een lange reis nooit volledig herstellen. Dat besefte ook Frodo en daarom mocht bij samen met Bilbo naar het land van de Elfen varen. Het einde van de film wist me altijd tot tranen te roeren. Het raakte mij diep van binnen in mijn verlangen naar de hemel.

 

Leven doet soms pijn


Ik zie het leven op deze aarde als een opdracht. Over de invulling en essentie hiervan kan ik eindeloos filosoferen en discussiëren, maar het is aan mij om gehoor te geven aan de roep die ik van binnen hoor. Dit betekent dat mijn levenspad niet altijd over rozen gaat. Hoeveel moois er ook is en hoe vaak ik me soms ook kan verwonderen over dat wat me gegeven wordt. Het leven doet net zo goed zeer en brengt pijn en wonden met zich mee. Littekens die nooit helemaal verdwijnen. Die zo vers lijken als ze opnieuw herinnerd of getriggerd worden aan trauma’s uit het verleden. Dat maakt me soms bang, verdrietig en onzeker. Als een wolk die me overvalt en waarvan ik niet weet wanneer die weer optrekt.

 

No more drama – De hemel is altijd groter


Ondanks dit alles wil ik toch die winnaar zijn. Mary J. Blige zingt het zo prachtig in ‘No more drama’: only God knows where the story is. For me, but I know where the story begins. It’s up to us to choose. Whatever we win or loose, and I choose to win.

 

Ik wil niet dat de trauma’s mijn bestaan beheersen, maar dat ik voortdurend als een feniks uit de as herrijs. Zelfs als dit soms wat langer duurt en ik meer tijd nodig heb om trauma’s te verwerken of los te laten. En ondanks alles helpt de hemel me daar voortdurend een handje bij. Ook op die momenten als ik het zelf niet meer zie en voor mijn gevoel alle deuren op slot zijn, juist dan is de hemel dichterbij dan ik denk. Uiteindelijk is de hemel groter dan al mijn trauma’s, pijn en tranen. En het zijn juist de mensen met dat stukje hemel in zich die me daaraan herinneren.